Wil je inspiratie over gebiedsontwikkeling en updates over trainingen, events en projecten ontvangen? Schrijf je dan in.
Sinds september is Romee onderdeel van het team van STIPO als medior adviseur. Met haar achtergrond in interdisciplaire sociale wetenschappen en planologie brengt ze een scherpe blik op de stad mee. Binnen de Universiteit van Amsterdam combineerde ze theorie en praktijk zette ze haar eigen fietswerkplaats op, werkte aan buurtgerichte programma’s in de duurzame mobiliteit én draagt ze de titel van fietsburgemeester van Amsterdam. Hoog tijd om kennis te maken.
Laten we bij het begin beginnen. Wie ben je en hoe ben je uiteindelijk bij STIPO terechtgekomen?
“Ik ben Romee en sinds september werk ik als medior adviseur bij STIPO. Met mijn academische achtergrond in de sociologie en planologie richt ik mij op het snijvlak van menselijk gedrag en stedelijke ontwikkeling Tijdens mijn studie merkte ik steeds meer dat ik geïnteresseerd ben in hoe mensen zich door de stad bewegen en hoe de inrichting van een plek ons gedrag beïnvloedt. Deze interesse heb ik later toegepast in mijn werk bij zowel de Universiteit van Amsterdam, als op lokaal niveau binnen fietsstimuleringsprojecten bij BYCS.
STIPO stond eigenlijk al een tijdje op mijn radar. Ik ben twee jaar achter elkaar naar Placemaking Europe geweest, eerst in Rotterdam en daarna in Reggio Emilia, Italië. Daar zag ik STIPO ook aan het werk. Ik dacht toen al: dit is echt heel tof. Hier werken mensen letterlijk aan het mooier en meer verbonden maken van plekken en brengen ze verschillende partijen bij elkaar.
Toen ik de vacature zag, dacht ik daarom vrij snel: dit zou wel eens iets voor mij kunnen zijn. Tijdens de gesprekken met Minouche en Sabine werd dat gevoel alleen maar sterker. Ik werd er zó enthousiast van. Ik wilde mijn kennis verbreden, mijn blikveld vergroten en meer maatschappelijke impact maken. Dat is eigenlijk altijd de rode draad geweest in mijn werk.”
Over rode draden gesproken: de fiets komt opvallend vaak terug in jouw verhaal. Waar begon dat?
“Eigenlijk al toen ik fietskoerier was! Ik fietste de hele dag door Amsterdam en begon daardoor steeds bewuster naar de stad te kijken. Hoe zit zo’n stad eigenlijk in elkaar? Waarom bewegen mensen zoals ze bewegen? Welke rol speelt mobiliteit daarin?
Tijdens mijn master zette ik ook de Bike Kitchen UvA op. Dat werd een soort living lab rond duurzame mobiliteit, waar onderzoek, onderwijs en praktijk samenkwamen. Tegelijkertijd was het gewoon een hele leuke ontmoetingsplek. Voor mij bewees dat precies de kracht van de fiets: het is meer dan een vervoersmiddel, maar een verbindmiddel tussen mensen en stad en een unieke lens om naar de stad te kijken.”
Die Bike Kitchen bestaat inmiddels nog steeds, toch?
“Ja! Daar ben ik ook echt trots op. Ik heb hem in 2021 opgezet en vijf jaar later bestaat hij nog steeds. Inmiddels zijn er in Nederland meer dan tien Bike Kitchens en verschillende initiatiefnemers kwamen bij mij terecht met vragen over hoe wij het hadden aangepakt. Daarom ben ik ook het collectief Kettingreactie gestart, waarmee we mensen helpen die zelf een Bike Kitchen willen beginnen.
Voor mij was het opzetten van de Bike Kitchen een belangrijk moment. Ik had veel academische kennis, maar dacht: ik wil ook iets dóén. Dus ben ik gewoon in het diepe gesprongen. Dat het initiatief jaren later nog bestaat en zich verder verspreidt, vind ik heel leuk om te zien.”
Dat klinkt behoorlijk ondernemend. Ben jij iemand die liever begint dan eindeloos blijft praten?
“Zeker. Learning by doing is wel een soort motto voor mij. Dat betekent trouwens niet dat ik zomaar ergens induik. Ik wil keuzes weloverwogen maken. Tegelijkertijd geloof ik dat je eindeloos kunt blijven praten over wat misschien zou kunnen werken. Soms moet je iets proberen om erachter te komen óf het werkt door te experimenten en co-creëren. .
Dat herken ik ook bij STIPO. Die houding van: we gaan het onderzoeken, mensen bij elkaar brengen en vervolgens ook echt iets doen. Ik ben niet bang om kritische vragen te stellen of om iets vanaf nul op te bouwen. Daar krijg ik juist energie van.”
En dan ben je óók nog fietsburgemeester van Amsterdam. Wat doet een fietsburgemeester eigenlijk?
“Als fietsburgemeester ben ik eigenlijk een activist en verbinder in de stad. Ik kom op voor de positie van fietsers en zet me in voor een stad die veilig en toegankelijk is. Daarbij werk ik samen met de gemeente, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Het fietsburgemeesterschap is onderdeel van een internationaal netwerk gecoördineerd door BYCS van 166 fietsburgemeesters.
Ik doe dit naast mijn werk bij STIPO en houd die rollen bewust van elkaar gescheiden. Het is een gekozen publieke positie waarin ik nauw samenwerk met de Gemeente om de stad veilig te houden en tegelijkertijd mijn passie voor fietsen voort te zetten.
Want voor jou gaat fietsen dus eigenlijk over veel meer dan de fiets?
“Precies. Het gaat over bereikbaarheid, veiligheid, gezondheid en over wie toegang heeft tot de stad. Amsterdam heeft bijvoorbeeld een geweldig netwerk van fietspaden en fietsstraten, maar één op de vijf kinderen heeft geen toegang tot een fiets. Dan kun je fantastische infrastructuur bouwen, maar moet je jezelf ook afvragen: wie kan hier daadwerkelijk gebruik van maken?
Die vraag herken ik heel sterk in het werk van STIPO, zoals de samenhang tussen hardware, software en orgware. Je kunt uitgebreid nadenken over hoe gebouwen, straten en wijken eruit moeten zien, maar uiteindelijk moet je ook kijken naar de mensen die zo’n plek gebruiken. Wie gaat er op dat bankje zitten? Wie voelt zich hier welkom? Wie kan hier komen? Vanuit die bril wil ik naar plekken kijken.”
Wat vind je daarin belangrijk als je aan een buurt of gebied werkt?
“Eigenaarschap vind ik een heel belangrijk begrip. In eerdere projecten merkte ik dat je partijen aan het begin vaak best makkelijk aan tafel krijgt. De moeilijkere vraag komt daarna: wie gaat hiermee verder?
Je kunt heel veel participatiebijeenkomsten organiseren, maar als niemand zich uiteindelijk verantwoordelijk voelt, blijf je overleggen zonder dat er echt iets gebeurt. Daarom geloof ik sterk in co-creatie. Mensen moeten invloed kunnen hebben op hun omgeving en zich betrokken voelen bij wat daar gebeurt. Dat vind ik ook mooi aan placemaking. Je praat samen over een plek, maar je gaat ook samen aan de slag.”
Je bent nog maar net begonnen, maar waar werk je inmiddels aan bij STIPO?
“Ik werk onder andere aan een placemakingproject in Haarlem Oostpoort, waar de komende jaren veel nieuwe woningen worden gebouwd. We kijken hoe we de plek tijdens die ontwikkeling al kunnen opwaarderen en verbinden met de omliggende buurt. Juist die tijdelijkheid vind ik interessant. Een gebied hoeft niet te wachten totdat de hele ontwikkeling klaar is voordat er iets kan gebeuren.
Daarnaast werk ik mee aan een voorzieningenproject in Capelle aan den IJssel en organiseer ik samen met Thomas een studiereis naar München. Dat laatste voelt bijna niet als werk. Ik vind het heerlijk om zo’n stad in te duiken, interessante buurten en projecten te zoeken en vervolgens te bedenken waarom die relevant zijn voor de mensen die meegaan.”
We moeten deze vraag natuurlijk stellen: heb je al een droomproject binnen STIPO?
“Dat vind ik nu nog lastig om te zeggen. Ik zit nog een beetje in de sponsfase. Ik wil eerst goed ontdekken welke projecten er allemaal zijn en welke rollen ik daarin kan pakken.
Wat me bijvoorbeeld aanspreekt zijn de Communities of Practice. Vanuit BYCS heb ik ervaring met buurtgericht werken in een NPLV gebied, en vind het interessant om mensen bij elkaar te brengen, kennis uit te wisselen en samen verder te komen. Maar voorlopig laat ik vooral veel op me afkomen. Ik denk dat ik daarna steeds beter kan bepalen waar ik me verder in wil verdiepen.”
Waar hoop je jezelf de komende tijd in te ontwikkelen?
“Vooral in de strategische kant van gebiedsontwikkeling. Ik vind het interessant om met overheden te kijken naar wat ze op een hoger niveau willen bereiken en vervolgens de vertaalslag te maken naar een buurt of plek. Wat betekenen die grote ambities concreet voor de mensen die ergens wonen, werken of ondernemen?
Dat schakelen tussen macro en micro spreekt me heel erg aan. Ik heb al veel ervaring met de praktijk en met lokale initiatieven. Nu wil ik beter leren hoe je die verbindt aan de strategie erachter.”
Fijn dat je er bent Romee!