10 geheimen van een goede plint – door Hans Karssenberg

Tien jaar geleden moesten we nog strijden voor het belang van een goede plint, tegenwoordig worden we actief gevraagd vanwege onze expertise op dit vlak. Gelukkig is er steeds meer aandacht voor het creëren van een goede begane grond van gebouwen, want een goed functionerende en aantrekkelijke plint draagt bij aan een betere stad. Nu er meer aandacht is voor dit onderwerp, zou je dus zeggen dat het goed gaat met de plint. Maar… als je kijkt naar recente nieuwbouw, merk je dat er nog heel wat geheimen te ontdekken zijn. Met behulp van tien tips voor kwalitatieve plinten zorg je voor een duurzame en aantrekkelijke stad.

 

Geheim 1. Denk aan ons kikkeroog

Het is geen uitzondering dat bij nieuwbouw dezelfde gevel rondom het hele gebouw is gerealiseerd. Dat vinden onze ogen niet prettig, want we hebben de ogen van een kikker. Als we kijken zien we een stilstaand beeld, maar onze ogen maken constant kleine bewegingen om dit beeld te maken. Onze ogen voelen zich aangetrokken tot beweging. Op straat word je daarom meer aangetrokken door veel variatie. Wandelen langs honderd meter dezelfde gevel voelt eindeloos, terwijl een gevarieerd gevelbeeld onze ogen streelt. Breng daarom variatie aan in de gevel.

Geheim 2. Geef reliëf aan je gevel

Veel nieuwbouw leidt aan de ‘plattegevelziekte’: de hele gevel bestaat uit hetzelfde materiaal, vaak glas, zonder details. Dit gebrek aan variatie leidt tot een wand die niet aantrekkelijk oogt. Een gevel moet reliëf hebben. Dat oogt gevarieerder, en dat vinden passanten prettig; er ontstaan plekjes. Als je de gevel op de begane grond laat in- en uitspringen, zie je ook glas van de zijkant. Daardoor heeft de ondernemer meer oppervlak om producten te tonen en gaat hij economisch beter draaien. De uitdaging is om in de huidige bouwsystemen reliëf aan te brengen in de gevels.

Geheim 3. Maak een borstwering

Veel nieuwbouwprojecten hebben een glazen gevel tot de grond. Het probleem is: dan wordt je de hele tijd in je kruis gekeken en dat willen mensen niet. Mensen lossen dit op door gordijnen of lamellen op te hangen. Waar het glas moest zorgen voor een transparante gevel, blijft er een dichte gevel over. Daardoor heb je geen sociale controle meer (de beroemde ‘ogen op de straat’). Dit is op te lossen door een borstwering te maken: een laag stenen muurtje of iets vergelijkbaars. Dat geef voldoende veiligheid, maar zorgt wel voor een transparante stad op ooghoogte.

Geheim 4. Maak een hybride overgangszone

Veel nieuwbouw heeft een harde overgang van de gevel naar de openbare ruimte. Dat is een contrast met hoe jaren aan steden gebouwd is. De harde overgang maakt het onmogelijk voor mensen om zich de ruimte toe te eigenen. Je wilt juist een hybride overgangszone om de overgang van privé naar openbaar te verzachten. Denk aan de straten waar mensen bloempotten of een bankje voor de deur neerzetten. Dit is de zone waar mensen verblijven en waar interactie kan ontstaan met voorbijgangers. Om dit mogelijk te maken, moet je een ruimte van 1 tot 2 meter creëren die bij het gebouw hoort. Bij woningen werkt dit alleen als de woning ook een ingang heeft aan de straat.

Geheim 5. Benut de hoeken

Denk aan de oude buurten in de stad. Op de hoek van de straat zit een bloemenwinkel, een bakker of een café met de deur op de hoek. De hoek is een fantastische plek, omdat je hier bezoekersstromen uit vier windrichtingen vangt. Een goed gebouw weet dat potentieel te benutten. Veel nieuwbouw doet dit niet. Het betonnen casco maakt het onmogelijk om op de hoek een open functie te realiseren. Waar je de deur wilt hebben, staat een pilaar. Het gevolg: een blinde gevel en een dode hoek. Maak hier ruimte in het gebouw om de hoek te benutten.

Geheim 6. Hou de plint in het zicht en uit de wind

Door de noodzaak voor verdichting is veel nieuwbouw hoogbouw. De gevels lopen recht naar beneden waardoor er ook veel wind naar beneden komt. Om dit te voorkomen, maak je een breder blok voor de eerste vier tot vijf verdiepingen en plaats je de hoge toren iets naar achter. Dit breekt de wind. En maak dan vooral geen arcades. Een arcade neemt namelijk ook de zon en de zichtbaarheid weg van de plint. Mensen zitten graag in de zon en uitbaters van de plint zitten graag in het zicht.

Geheim 7. Denk van binnen naar buiten

Bij het werken aan betere plinten denken we vaak vanuit de straat, maar denk ook vanuit de gebruiker van de plintruimte. De ene gebruiker stelt andere eisen dan de ander. Sommigen hebben een hoog plafond nodig en een restaurant kan niet zonder vetput. De combinatie van wonen met niet-woonfuncties brengt ook uitdagingen met zich mee. Houd daar rekening mee bij het ontwerpen van de plint. Samen met Heren5 Architecten en ontwikkelaar AM onderzochten we voor de gemeente Amsterdam hoe je functies in de plint combineert. In onze publicatie Handboek Superplinten staan ruimtelijke en programmatische tools om de combinatie mogelijk te maken. Meer weten? Download hier het handboek over Superplinten.

Geheim 8. Zorg voor betaalbare plintruimte

Projectontwikkelaars geven vaak aan dat gemeenten veel te veel plintruimtes vragen en dat ze dit niet verhuurd krijgen. Dit klopt ook als je al die plinten voor 200 euro per vierkante meter in de boeken hebt staan. Sportscholen en cafés kunnen dit misschien betalen, maar er zijn inderdaad niet genoeg partijen die deze bedragen kunnen opbrengen. Tegelijkertijd zijn er veel potentiële afnemers die cruciaal zijn voor het functioneren van de stad, maar een lagere huur nodig hebben. Denk aan maatschappelijke organisaties, loodgieters, fietsenmakers, start-ups en creatieven. Het zijn de werkplekken van de stedeling en de plekken waar we onze fiets en kleding laten repareren. Deze dreigen de stad uit te worden verdreven door de stijgende prijzen, terwijl je deze juist voor de stad wilt behouden. Net zoals we voor wonen vragen dat een bepaald percentage betaalbaar moet zijn, moeten we dat voor de plintfuncties ook doen.

Geheim 9. Regel de programmering van de plint met een organisatie op straat- of gebiedsniveau

Een goed ontwerp alleen is niet genoeg; goed ontworpen plinten bewegen met hun tijd mee en bieden ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Denk aan de dark stores die we nu overal zien. De plint biedt ruimte voor deze functie, maar de dark store levert geen aantrekkelijk straatbeeld op. Om een aantrekkelijk straatbeeld te krijgen, moet je de plint programmeren. Een bekende manier om dit te doen, is het aanstellen van een winkelstraatmanager of een plintmanager. Deze kan bepalen welke huurder geschikt is voor welke locatie. Op de Zuidas is een plintenmakelaar aangesteld. Deze bracht actief vraag en aanbod samen. Daardoor zijn meer ruimtes geschikt gemaakt voor publieke functies en zijn er geschikte partijen gevonden om deze af te nemen.

Geheim 10. Maak ook goed wonen in de plint

Je wilt in een straat overdag en ‘s avonds ogen op de straat hebben. Er zijn nu veel ontwikkelingen waar wordt ingezet op 100% niet-wonen functies in de plint en op de eerste verdieping. Dat is overdag leuk, maar ‘s avonds problematisch. Het levert geen goede straten op. Tegelijkertijd is het ook helemaal niet mogelijk om alle plinten in de stad te vullen met niet-woonfuncties. Maak daarom ook goede woningen in de plint.

Vergroot je kennis, volg de training

Wil je meer leren over het creëren van goede plinten en een aantrekkelijke stad op ooghoogte? Stipo bestaat 25 jaar en heeft inmiddels veel ervaring opgedaan in de wereld van levendige en kwalitatieve plinten. We hebben al onze inzichten verzameld en delen onze kennis en kunde in de tweedaagse The City At Eye Level & Placemaking Training van 20 t/m 22 juni in Amsterdam. Zijn plinten ook voor jouw organisatie een essentieel onderwerp, wil je de stad duurzaam en aantrekkelijk houden? Klik dan op onderstaande button voor meer informatie over onze training.

Of wil je een workshop of training in je eigen organisatie? Mail ons dan!